English-Dutch dictionary »

lapidate meaning in Dutch

EnglishDutch
lapidate (stone to death)
verb
[UK: ˈlæ.pɪ.deɪt]
[US: ˈlæ.pɪ.ˌdeɪt]

stenigenwerkwoord

dilapidated (having fallen into a state of disrepair)
adjective
[UK: dɪ.ˈlæ.pɪ.deɪ.tɪd]
[US: də.ˈlæ.pə.ˌde.təd]

verloederdbijvoeglijk naamwoord

vervallenbijvoeglijk naamwoord

verwaarloosdbijvoeglijk naamwoord