English-Dutch dictionary »

prophylactic meaning in Dutch

EnglishDutch
prophylactic adjective
[UK: ˌprɒ.fɪ.ˈlæk.tɪk]
[US: ˌprɑː.fə.ˈlæk.tɪk]

prophylactischbijvoeglijk naamwoord

voorbehoedendbijvoeglijk naamwoord