German-Dutch dictionary »

unlauter meaning in Dutch

GermanDutch
unlauter [unlauterer; am unlautersten] Adjektiv

morsigbijvoeglijk naamwoord

onreinbijvoeglijk naamwoord

smerigbijvoeglijk naamwoord

viesbijvoeglijk naamwoord

vuilbijvoeglijk naamwoord