German-Dutch dictionary »

adjektiv meaning in Dutch

GermanDutch
das Adjektiv [des Adjektivs; die Adjektive] Substantiv

adjectiefo

bijvoeglijknaamwoordo

adjektivisch Adjektiv

bijvoeglijkbijvoeglijk

herzlich (verstärkend bei Adjektiven und Verben) Adverb

hartelijkbijwoord

vanhartebijwoord