Nederlands-Engels woordenboek »

trivia betekenis in Engels

NederlandsEngels
trivia substantief

trivia(insignificant trifles of little importance)
noun
[UK: ˈtrɪ.vɪə] [US: ˈtrɪ.viə]

triviaal bijvoeglijk naamwoord

paltry(trashy, trivial, of little value)
adjective
[UK: ˈpɔːl.tri] [US: ˈpɒl.tri]

piddling(trivial)
adjective
[UK: ˈpɪd.l̩.ɪŋ] [US: ˈpɪd.l̩.ɪŋ]

Zoek geschiedenis