Duits-Nederlands woordenboek »

fortführen betekenis in Nederlands

DuitsNederlands
fortführen [führte fort; hat fortgeführt] Verb

afleidenwerkwoord

doorgaanwerkwoord

latenafvloeienwerkwoord

verdergaanmetwerkwoord

vervolgenwerkwoord

voortgaanwerkwoord

voortzettenwerkwoord

wegleidenwerkwoord

wegvoerenwerkwoord