| Duits | Nederlands |
|---|---|
| die Fahne [der Fahne; die Fahnen] Substantiv | banierzelfstandig naamwoord dundoekzelfstandig naamwoord staartzelfstandig naamwoord standaardzelfstandig naamwoord vaanzelfstandig naamwoord vaandelzelfstandig naamwoord veldtekenzelfstandig naamwoord vendelzelfstandig naamwoord vlagzelfstandig naamwoord wimpelzelfstandig naamwoord |
| die Fahnenstange [der Fahnenstange; die Fahnenstangen] Substantiv | vlaggemastzelfstandig naamwoord vlaggestokzelfstandig naamwoord |