dicţionar German-Olandez »

reh înseamnă în Olandeză

GermanăOlandeză
das Reh [des Rehs, des Rehes; die Rehe] Substantiv

reeo

drehen [drehte; hat gedreht] Verb

draaienv

kerenv

omdraaienv

ronddraaienv

twijnenv

verbuigenv

verdraaienv

vertrekkenv

verwringenv

wendenv

wentelenv

wringenv

zwenkenv

die Drehorgel [der Drehorgel; die Drehorgeln] Substantiv

draaiorgelzelfstandig naamwoord

pierementzelfstandig naamwoord

der Drehpunkt [des Drehpunktes|Drehpunkts; die Drehpunkte] Substantiv

draaipenm

lunsm

spilm

tapm

umdrehen [drehte um; hat umgedreht] Verb

draaienv

kerenv

omdraaienv

ronddraaienv

wendenv

wentelenv

zwenkenv

die Drehung [der Drehung; die Drehungen] Substantiv

draaiingzelfstandig naamwoord

rotatiezelfstandig naamwoord

torsiezelfstandig naamwoord

verdraaiingzelfstandig naamwoord

wentelingzelfstandig naamwoord

wringingzelfstandig naamwoord

Krehn

mierikm

mierikswortelm

sich verehelichen

inhethuwelijktreden

trouwen

die Verdrehtheit [der Verdrehtheit; die Verdrehtheiten] Substantiv

absurditeitzelfstandig naamwoord

ondingzelfstandig naamwoord

ongerijmdezelfstandig naamwoord

12