dicţionar German-Olandez »

gestalt înseamnă în Olandeză

GermanăOlandeză
die Gestalt [der Gestalt; die Gestalten] Substantiv

afbeeldingsubstantief

beeldsubstantief

coupesubstantief

fatsoensubstantief

figuursubstantief

gedaantesubstantief

gestaltesubstantief

lichaamsbouwsubstantief

makelijsubstantief

postuursubstantief

snitsubstantief

statuursubstantief

vormsubstantief

das Dornröschen [des Dornröschens; —] (Gestalt des Volksmärchens) Substantiv

Dorenroosjeo

gestalten [gestaltete; hat gestaltet] Verb

aangaanpl

formerenpl

vormenpl

umgestalten [gestaltete um; hat umgestaltet] Verb

omvormenv

transformerenv

veranderenv

vervormenv

ungestalt Adjektiv

vormeloosbijvoeglijk naamwoord

wohlgestaltet Adjektiv

welgevormdbijvoeglijk naamwoord