Nemčina-Holandčina slovník »

trotz znamená v Holandčina

NemčinaHolandčina
trotz

inweerwilvan

niettegenstaandevoegwoord

ondanks

tenspijtevan

trots

der Trotz [des Trotzes; —] Substantiv

eigenzinnigheido

koppigheido

stijfhoofdigheido

verstoktheido

trotzdem

desondanksbijwoord

hoewelvoegwoord

nietteminbijwoord

trotzen [trotzte; hat getrotzt] Verb

aandringenv

koppigvolhoudenv

tartenv

tegenstrevenv

trotserenv

uitdagendoptredentegenv

zichschrapzettenv

trotzig [trotziger; am trotzigsten] Adjektiv

halsstarrigbijvoeglijk

hardnekkigbijvoeglijk

koppigbijvoeglijk

stijfhoofdigbijvoeglijk

verbetenbijvoeglijk

verstoktbijvoeglijk

strotzen [strotzte; hat gestrotzt] Verb

opzettenv

opzwellenv

rijzenv

uitdijenv

zwellenv

zum Trotz

inweerwilvan

niettegenstaandevoegwoord

ondanks

tenspijtevan

trots