Deutsch-Holländisch Wörterbuch »

zucht bedeutet auf Holländisch

DeutschHolländisch
die Zucht [der Zucht; die Zuchten] Substantiv

eerbaarheidsubstantief

kuisheidsubstantief

opvoedingsubstantief

reinheidsubstantief

vormingsubstantief

zuiverheidsubstantief

das Zuchthaus [des Zuchthauses; die Zuchthäuser] Substantiv

strafgevangeniso

zuchtlos Adjektiv

ongedisciplineerdbijvoeglijk naamwoord

tuchtloosbijvoeglijk naamwoord

vrijgevochtenbijvoeglijk naamwoord

die Bienenzucht [der Bienenzucht; —] Substantiv

bijenteeltsubstantief