Német-Holland szótár »

hauen hollandul

NémetHolland
hauen [haute; hat gehauen] Verb

beeldhouwenv

hakkenv

houwenv

kappenv

klappenv

kloppenv

slaanv

uithakkenv

uithouwenv

ausschauen nach

opzoekenwerkwoord

snorren

uitkijkennaar

uitziennaar

zoekenwerkwoord

durchhauen [durchhieb; hat durchhauen] Verb

doorhakkenwerkwoord

verhauen [verhaute; hat verhauen] Verb

afdrogenwerkwoord

afranselenwerkwoord

aftuigenwerkwoord

beukenwerkwoord

kletterenwerkwoord