Nederlands-Duits woordenboek »

aanhankelijk betekenis in Duits

NederlandsDuits
aanhankelijk adjective

anhänglich [anhänglicher; am anhänglichsten] Adjektiv
adj

aanhankelijk verb

ergeben [ergab; hat ergeben] Verb
v

aanhankelijk adjective

zugetan [zugetaner; am zugetansten] Adjektiv
adj

aanhankelijkheid noun

die Hingabe [der Hingabe; —] Substantiv
f

Meer zoekopties:

NederlandsDuits