Engels-Nederlands woordenboek »

insecurity betekenis in Nederlands

EngelsNederlands
insecurity [insecurities] (lack of security, uncertainty)
noun
[UK: ˌɪn.sɪ.ˈkjʊə.rɪ.ti]
[US: ˌɪn.sɪ.ˈkjʊ.rə.ti]

onzekerheidsubstantief

insecurity [insecurities] (vulnerability)
noun
[UK: ˌɪn.sɪ.ˈkjʊə.rɪ.ti]
[US: ˌɪn.sɪ.ˈkjʊ.rə.ti]

kwestbaarheidsubstantief
{f}

kwetsbaarheidsubstantief
{f}

onveiligheidsubstantief
{f}

Zoek geschiedenis