Duits-Nederlands woordenboek »

unablässig betekenis in Nederlands

DuitsNederlands
unablässig [unablässiger; am unablässigsten] Adjektiv

bestendigbijvoeglijk naamwoord

constantbijvoeglijk naamwoord

doorlopendbijvoeglijk naamwoord

gestaagbijvoeglijk naamwoord

gestadigbijvoeglijk naamwoord

onafgebrokenbijvoeglijk naamwoord

ononderbrokenbijvoeglijk naamwoord

stabielbijvoeglijk naamwoord

standvastigbijvoeglijk naamwoord

vastbijvoeglijk naamwoord