Duits-Nederlands woordenboek »

suche [der suche; die suchen] betekenis in Nederlands

DuitsNederlands
die Suche [der Suche; die Suchen] Substantiv
f

speurtocht noun

speurwerk noun

zoektocht noun

Suchen

speurtocht

speurwerk

zoektocht

suchen [suchte; hat gesucht] Verb
v

opzoeken verb

snorren verb

uitkijkennaar verb

uitziennaar verb

zoeken verb