Duits-Nederlands woordenboek »

hübsch betekenis in Nederlands

DuitsNederlands
hübsch [hübscher; am hübschesten] Adjektiv

aardigbijvoeglijk

fijnbijvoeglijk

fraaibijvoeglijk

keurigbijvoeglijk

knapbijvoeglijk

mooibijvoeglijk

netbijvoeglijk

schoonbijvoeglijk