Duits-Nederlands woordenboek »

brauchen [brauchte; hat gebraucht] (akkusativ) meaning in Nederlands

DuitsNederlands
das brauchen [brauchte; hat gebraucht] (Akkusativ) Verb
v

aanwenden verb

behoeven verb

benutten verb

gebruiken verb

hoeven verb

moeten verb

nodighebben verb

You can find it in:

DuitsNederlands