Duits-Nederlands woordenboek »

attest betekenis in Nederlands

DuitsNederlands
das Attest [des Attests/Attestes; die Atteste] Substantiv

akteo

attesto

certificaato

getuigeniso

getuigschrifto

testimoniumo

glatt [glatter; am glattesten] Adjektiv

effenbijwoord

gelijkbijwoord

gladbijwoord

sluikbijwoord

vlakbijwoord

vlotbijwoord

zondermoeilijkhedenbijwoord

matt [matter; am mattesten] Adjektiv

matbijvoeglijk

moebijvoeglijk

vermoeidbijvoeglijk

platt [platter; am plattesten] Adjektiv

platbijvoeglijk

slapbijvoeglijk

satt [satter; am sattesten] Adjektiv

verzadigdbijvoeglijk

volbijvoeglijk

zatbijvoeglijk