| Germană | Olandeză |
|---|---|
| Zeigen | |
| zeigen [zeigte; hat gezeigt] Verb | |
| anzeigen [zeigte an; hat angezeigt] Verb | |
| die Anzeige [der Anzeige; die Anzeigen] Substantiv | aangiftezelfstandig naamwoord aanklachtzelfstandig naamwoord aankondigingzelfstandig naamwoord advertentiezelfstandig naamwoord berichtzelfstandig naamwoord betuigingzelfstandig naamwoord declaratiezelfstandig naamwoord uitspraakzelfstandig naamwoord verklaringzelfstandig naamwoord |
| Beileid bezeigen | condolerenwerkwoord |
| vorzeigen [zeigte vor; hat vorgezeigt] Verb |