Deutsch-Holländisch Wörterbuch »

ven bedeutet auf Holländisch

DeutschHolländisch
die Vene [der Vene; die Venen] Substantiv

aderzelfstandig naamwoord

nerfzelfstandig naamwoord

vlamzelfstandig naamwoord

das Venedig [Venedig(s); —] (Venezia) (norditalienische Stadt) Substantiv

Venetiëo

das Ventil [des Ventils; die Ventile] Substantiv

klepo

luchtklepo

radiolampo

schaalo

ventielo

die Ventilation [der Ventilation; die Ventilationen] Substantiv

luchtverversingzelfstandig naamwoord

ventilatiezelfstandig naamwoord

der Ventilator [des Ventilators; die Ventilatoren] Substantiv

ventilatorm

wanm

ventilieren [ventilierte; hat ventiliert] Verb

luchtenv

spuienv

uitluchtenv

ventilerenv

wannenv

der Advent [des Advents; die Advente] Substantiv

adventm

der Alkoven [des Alkovens; die Alkoven] Substantiv

alkoofm

die Alternative [der Alternative; die Alternativen] Substantiv

alternatiefzelfstandig naamwoord

keus [keuzen]zelfstandig naamwoord

keuzezelfstandig naamwoord

das Breve [des Breves; die Breven, die Breves] Substantiv

breveo

eventuell Adjektiv

eventueelbijvoeglijk naamwoord

gebeurlijkbijvoeglijk naamwoord

misschienbijvoeglijk naamwoord

mogelijkbijvoeglijk naamwoord

mogelijkerwijsbijvoeglijk naamwoord

somsbijvoeglijk naamwoord

wellichtbijvoeglijk naamwoord

Hohes Venn

HogeVenen

die Initiative [der Initiative; die Initiativen] Substantiv

initiatiefzelfstandig naamwoord

insolvent Adjektiv

insolventbijvoeglijk naamwoord

das Inventar [des Inventars; die Inventare] Substantiv

boedelo

inventariso

konvenieren [konvenierte; hat konveniert] Verb

aanstaanwerkwoord

behagenwerkwoord

bevallenwerkwoord

zinnenwerkwoord

12