Deutsch-Holländisch Wörterbuch » aushalten Bedeutung in Holländisch

DeutschHolländisch
Aushalten

uithoudingsvermogen

vasthoudendheid

volharding

aushalten v

doorbijten

doorstaan

doorzetten

dragen

dulden

harden

lijden

naarbuitenbrengen

ondergaan

uithouden

uitstaan

velen

verdragen

voetbijstukhouden

volharden

volhouden

der haushalten [haushaltete; hat gehaushaltet] Verb
v

beheren verb

besturen verb

huishouden verb

You can find it in:

DeutschHolländisch